Moulin Rouge | Temuco

Consejos | Trucos | Comentarios

Quem Foi John Locke?

Wat is de theorie van John Locke?

Filosofie van Locke: kort maar krachtig – Beeld van John Locke van de gand van Richard Westmacott – University College, London (cc) De filosoof John Locke is vooral bekend geworden vanwege diens notie van de menselijke geest als tabula rasa, ofwel ‘onbeschreven blad’. Hiermee bestreed hij de theorie van rationalisten alsof de mens ter wereld kwam met ‘aangeboren ideeën’.

  • Locke stelde dat menselijke ideeën het resultaat zijn van een hele serie ervaringen en indrukken.
  • En deze komen via zintuiglijke waarneming tot de mens.
  • Op basis van dezelfde filosofische redenering – dat er geen aangeboren rechten bestonden – wees John Locke het absolutisme radicaal af.
  • Er bestond volgens hem namelijk niet zoiets als een Droit devin, ofwel een goddelijk recht om te regeren.

Een koning of keizer had slechts één hoofdtaak en dat was niet de alleenheerschappij, maar het beschermen van de rechten van burgers op leven, gezondheid, vrijheid en bezit. Om deze reden wordt Lockes filosofie ook wel beschouwd als een belangrijk ingrediënt van de beweging die leidde tot de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring in 1776.

Waar staat John Locke bekend om?

Sociaal contract en civil society – Zie ook Geschiedenis van de mensenrechten en Geschiedenis van acties voor de mensenrechten. Vanaf de 17e eeuw vond het idee van een ‘sociaal contract’ weerklank, dat het eigendom als een basisrecht beschouwde. Het sociaal contract is ontwikkeld door onder andere de filosofen Thomas Hobbes (1588-1679) en John Locke (1632-1704) uit Engeland en Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) uit Frankrijk.

  1. Hobbes zette zijn politieke filosofie uiteen in Leviathan (1651).
  2. Volgens hem is de mens ‘een wolf voor zijn medemens’: iedereen loert op de zwakke kanten van anderen om daarvan profijt te trekken.
  3. Er zijn echter natuurlijke wetten, regels van eigenbelang, waardoor de rationele mens inziet dat hij zijn vrijheid in overeenstemming met anderen moet beknotten.

Locke heeft in belangrijke mate bijgedragen aan het ontstaan van het liberalisme en de moderne mensenrechtenidee. Belangrijke inspiratie deed hij op tijdens een vijfjarige ballingschap in Nederland, van 1683 tot 1688. In zijn Twee verhandelingen over bestuur (1690) ging hij uit van een ‘natuurlijke toestand’ waarin alle mensen vrij en gelijk zijn geboren, en aan geen gezag onderworpen zijn.

  • Hij schreef dat een koning geen goddelijk recht heeft om te heersen en afgezet kan worden als hij de rechten van burgers niet naleeft.
  • Volgens hem heeft iedereen onvervreemdbare rechten op leven, vrijheid, eigendom en gezondheid.
  • Een staat moet tot stand komen in een sociaal contract, waarin men zich vrijwillig verplicht tot het nakomen van besluiten van de meerderheid.

De burgermaatschappij ( civil society ) vervangt de natuurlijke staat. Met zo’n burgermaatschappij bedoelt Locke dat regels en wetten garanderen dat de samenleving geen chaos wordt waarin alleen het recht van de sterkste geldt. De door Locke geformuleerde basisrechten van leven, vrijheid en eigendom zijn overgenomen in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de Amerikaanse grondwet.

Wat heeft John Locke bereikt?

John Locke (1632-1704) De Engelse filosoof wordt de ‘ vader van het liberalisme ‘ genoemd vanwege zijn aandacht voor ideeën over eigendomsrechten, mensenrechten en de essentie van vrijheid. Locke is beroemd om zijn werk over het sociaal contract, dat hij verfijnt maar niet uitvindt.

Wat is de natuurwet van Locke?

Locke: naturalisme, want in zijn natuurtoestand bestaat volstrekte gelijkheid en vrijheid. Mensen zijn volgens hem van nature gelijk en vrij en er bestaat geen onderschikking of onderwerping.

Wat zegt John Locke over opvoeding?

Omdat een jong kind nog niet beschikt over kennis en vaardigheden is volgens Locke een juiste opvoeding heel belangrijk. Hij is ervan overtuigd dat hiermee de persoonlijkheid van een kind gevormd wordt. Volgens Locke is ieder mens geneigd te handelen uit eigenbelang en streeft ieder mens vooral naar persoonlijk geluk.

Wie heeft tabula rasa bedacht?

Onderzoek Tekst Anne Burgers Gepubliceerd op 03-09-2013 Gewijzigd op 21-01-2019 Beeld shutterstock Filosoof Locke geloofde dat elk kind als onbeschreven blad ter wereld komt. Niet aanleg, maar opvoeding en ervaring vormen de mens tot een beschaafde, eerlijke en betrouwbare gentle(wo)man.

John Locke werd geboren in een puriteins, upper middle class gezin in het zuidwesten van Engeland. Zijn vader was advocaat, en diende ook wel als legerkapitein. Dankzij een studiebeurs kon puber John naar de prestigieuze Westminster School in Londen, waarvan Johns diploma de poort opende tot het Ware Walhalla der Wetenschap: Oxford.

Locke volgde hier een studie filosofie, maar had opvallend veel te klagen. Liever wilde hij moderne denkers als Descartes bestuderen dan die stoffige, oude Grieken die de universiteit voorschreef. Zijn vrije uurtjes stonden dan ook geheel in het teken van de eigentijdse, experimentele filosofie en de moderne geneeskunde.

  1. In 1674 behaalde langstudeerder Locke – inmiddels 42 jaar oud! – zijn artsdiploma.
  2. Enkele jaren eerder was hij al afgestudeerd als filosoof, en had tevens een aanstelling gevonden bij Lord Ashley: de graaf van Shaftesbury en tevens een omstreden politicus die om de haverklap naar het buitenland moest uitwijken wegens hoogverraad of verkeerde opvattingen.

Locke werd in zijn denkbeelden sterk beïnvloed door de radicale graaf, en reisde met hem mee naar Frankrijk en later naar de Nederlanden. In het liberale Amsterdam van de Gouden Eeuw legde Locke de fundamenten voor zijn belangrijkste werken over de constitutionele monarchie en de parlementaire democratie: concepten die praktisch elke andere zeventiende-eeuwer als Chinees in de oren klonken.

  1. Lockes mensbeeld bepaalde zijn ideeën over onderwijs en opvoeding.
  2. Een kind werd geboren als tabula rasa, een onbeschreven blad, en zijn ervaringen bepaalden hoe hij zou worden.
  3. In het nature-nurturedebat avant la lettre koos Locke dus duidelijk de nurture-kant.
  4. Een degelijke opvoeding was sober en moest een kind vooral manieren en normen bijbrengen, eerbaarheid en trouw leren, en een flinke dosis kennis bieden van God en de Kerk.

Deugden wogen voor Lockes gentleman-ideaal zwaarder dan kennis. Strenge straffen en geweld waren uit den boze: kinderen moesten ongedwongen de lessen des levens leren. Ze moesten veel buiten zijn en op speelse wijze alles ontdekken. Omdat de Engelsman elk kind als individu beschouwde, keerde hij zich tegen het schoolsysteem: niemand is hetzelfde, dus het onderwijs moet ook per kind verschillen.

Leuk bedacht hoor, maar onhaalbaar voor het grootste deel van het (armlastige) vroegmoderne volk. Locke hanteerde overigens een visie met factor tachtig op de totalitaire schaal, want zelfs over de kleding van kinderen (niet te strak, niet te klein) en de matrassen waarop ze sliepen (niet te zacht) had hij wel een mening.

Het is weinig verrassend dat Lockes ideeën vooral in de Lage Landen gretig aftrek vonden. De nadruk op individualisme, het afwijzen van dwang en geweld, de ga-maar-lekker-buiten-spelen-dan-ontdek-je-ook-genoeg-mentaliteit – het zijn allemaal ideeën die je zou verwachten in het reglement van de eerste de beste Vrije of Montessorischool.

Wat houdt het liberalisme in?

Uitgangspunt – Het liberalisme heeft als uitgangspunt zo veel mogelijk van het zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt. Liberalen streven naar een samenleving waarin burgers grote vrijheden genieten, zoals de burgerrechten die het individu beschermen en de macht van de staat en de kerk beperken.

Wat is de betekenis van Tabula Rasa?

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie Velázquez Sibille met Tabula Rasa Tabula rasa ( Latijn, schone lei, onbeschreven blad) is het idee dat mensen worden geboren als onbeschreven blad – zonder kennis, vaardigheid en persoonlijkheid – en volledig afhankelijk zijn van waarneming en ervaring om de geest te vormen.

  • Het begrip werd voor de eerste keer gebruikt door Aristoteles,
  • Later ook door de middeleeuwse filosoof en theoloog Thomas van Aquino en werd overgenomen door de Engelse filosoof John Locke,
  • In het nature-nurture -debat over aangeboren en aangeleerde eigenschappen in met name de filosofie, antropologie en psychologie is dit een centrale notie, omdat het de nurture-positie in extremis typeert.

De vraag is dan of de mens geboren wordt als tabula rasa en gevormd wordt door zijn of haar omgeving, of dat het karakter van de mens al gedeeltelijk vastligt bij de geboorte. Sinds de opkomst van de moderne genetica wordt algemeen aanvaard dat bepaalde menselijke eigenschappen zoals het temperament genetisch gepredisponeerd zijn.

  1. De discussie stelt zich louter op de verhouding tussen nature en nurture.
  2. In de filosofie wordt dit concept vooral gebruikt binnen het empirisme en is het in minder expliciete vorm terug te voeren tot Aristoteles,
  3. De tabula rasa, geplaatst in de hersenen of in de ziel, is als een wassen tafel waarop de prikkels via de zintuigen als kennisbeelden opgeslagen worden.

Andere vormen van cognitie zijn de aangeboren ideeën van Descartes, en de a priori vormen van kennis bij Kant, Hedendaagse critici van de idee van een tabula rasa zijn Noam Chomsky en Jerry Fodor die beargumenteren dat er vormen van aangeboren kennis moeten zijn.

Wie bedacht liberalisme?

Ontstaan – Het liberalisme vindt zijn oorsprong in de, waar over het algemeen gezien wordt als de grondlegger van het liberalisme. Andere filosofen die bijgedragen hebben aan het liberalisme zijn,,,,,, en,

Hoe dacht Locke?

filosofie Empirisme Locke Hume Berkerley ; ; Een rationalist is iemand die een groot vertrouwen heeft in de betekenis van het denken. Een rationalist gelooft dat de rede een bron van kennis is. Hij gelooft ook meestal dat de mens bepaalde aangeboren ideen heeft die in zijn bewustzijn aanwezig zijn, voordat hij enige ervaring heeft opgedaan.

Hoe duidelijker zo’n idee of voorstelling er is, des te zekerder is het dat het ook met de werkelijkheid overeen komt. Descartes had een duidelijke voorstelling van een volmaakt wezen. Op grond daarvan concludeerde hij dat er een echte god bestaat. Zo’n rationalistische denkwijze was typerend voor de filosofie uit de zeventiende eeuw.

De belangrijkste waren Descartes, Spinoza en Leibiz. Ook komt het voor in de middeleeuwen en bij Plato en Socrates. Maar in de 18de eeuw kwam er steeds meer kritiek op het rationalisme. Verschillende filosofen gingen er van uit dat we geen enkel bewustzijn hebben voordat we zintuiglijke ervaringen hebben opgedaan.

Deze zienswijze wordt empirisme genoemd. Empiristen zijn ervaringsfilosofen. De belangrijkste waren Locke, Hume en Berkerley. Dat waren britten en de rationalisten Descartes, Spinoza en Leibiz waren frans, nederlands en duits. Daarom spreekt men van het britse empirisme en het continentale rationalisme,

Een empirist wil alle kennis over de wereld afleiden uit wat de zintuigen ons vertellen. De klassieke formulering van een empirische houding komt van Aristoteles. Hij zei dat dat er niets in het bewustzijn is wat niet eerst in de zintuigen is geweest. Die visie was een uitgesproken kritiek op Plato, die zei dat de mens met een aantal ideen uit de ideenwereld ter wereld kwam.

Locke herhaalt de woorden van Aristoteles. Maar hij gebruikt ze als uitgesproken kritiek op Descartes. We hebben geen aangeboren ideen of voorstellingen van de wereld. We weten niets van de wereld waarin we terecht komen voordat we die hebben gezien. Als we een idee of voorstelling hebben die we niet in verband kunnen brengen met iets dat we hebben meegemaakt, dan is het een valse voorstelling.

Als we een woord als God of eeuwigheid of substantie gebruiken, dan staat ons verstand stil. Want niemand heeft dat ooit ervaren. Zo kunnen er indrukwekkende verhandelingen geschreven worden, maar die bevatten geen enkele nieuwe kennis, het zijn hersenspinsels. John Locke leefde van 1632 tot 1704. Zijn belangrijkste werk verscheen in 1690, «an essay concerning human understanding». Zijn project bevatte twee vragen: 1- waar halen mensen hun gedachten en voorstellingen vandaan? 2- kunnen wij vertrouwen op wat onze zintuigen vertellen? 1 Waar halen mensen hun gedachten en voorstellingen vandaan? Volgens Locke zijn alle gedachten en voorstellingen die wij hebben een reflectie van wat we gezien en gehoord hebben.

  • Voor we iets gewaarworden is ons bewustzijn leeg en inhoudsloos.
  • Dan gaan we waarnemen, zien, ruiken, horen, proeven, voelen.
  • Niemand doet dat intenser dan een klein kind.
  • Op die manier ontstaan de eenvoudige ideen, oftewel de uiterlijke ervaring.
  • Maar het bewustzijn ontvangt die uitwendige indrukken niet passief.

De eenvoudige ideen ondergaan een bewerking door middel van denken, redeneren, geloof en twijfel. Zo ontstaan volgens Locke de reflectie-ideen, oftewel de innerlijke ervaring. Via de zintuigen krijgen we enkelvoudige waarnemingen binnen. Een kind die een appel voor het eerst eet, krijgt het niet als totaal gewaar.

Het ziet de kleur, het proeft de smaak, het ruikt de geur. Pas als het kind vaker en appel gegeten heeft kan het denken » ik eet een appel». Dan is er een complexe voorstelling van een appel gevormd. Volgens Locke is alle kennis die niet terug te herleiden is tot zulke enkelvoudige indrukken valse kennis en moet worden verworpen.2- Kunnen wij vertrouwen op wat onze zintuigen vertellen? Locke maakt onderscheidt tussen primaire en secundaire ervaringskwaliteiten.

Primaire kwaliteiten zijn de uitgebreidheid en het gewicht van de dingen, de vorm, de beweging en het aantal. Daarvan geven onze zintuigen de werkelijke eigenschappen aan. Secundaire eigenschappen zijn kleur, smaak, geur en geluid. Hiervan geven de zintuigen niet de werkelijke eigenschappen weer.

  1. Over smaak valt niet te twisten.» Wat de ene persoon veel te zuur vindt, vindt de andere persoon helemaal niet zo zuur en juist lekker.
  2. Maar dat een sinasappel rond is dat vindt iedereen.
  3. De primaire kwaliteiten liggen in de dingen zelf besloten.
  4. De secundaire kwaliteiten liggen in de waarnemer besloten.

Hier is Locke het dus eens met Descartes: de uitgebreidheid heeft bepaalde eigenschappen die de mens met zijn verstand kan begrijpen. Ook op andere gebieden stond Locke open voor intutieve of demonstratieve kennis. – Hij dacht dat bepaalde ethische grondregels voor iedereen vanzelfsprekend waren.

Hij is aanhanger van het zogenaamde natuurrecht. – Hij dacht dat het bestaan van God in de menselijke rede besloten lag. Hij vindt dat de erkenning van God uit de menselijke rede voortkomt. Dit zijn rationalistische trekjes van Locke. Locke was een voorstander van vrijheid van denken en tolerantie. Hij maakte zich sterk voor de gelijkheid van de beide seksen.

Dat de vrouw ondergeschikt is aan de man, dat vond hij iets dat door mensen was bedacht, dus ook door mensen kon worden veranderd. Hij was n van de eerste moderne filosofen die zich bezig hield met de rolpatronen. Hij had grote invloed op John Stuart Mill, die een grote rol speelde bij de gelijkstelling van mannen en vrouwen.

  1. Locke was helemaal vroeg als het gaat om een groot aantal liberale gedachten die later in de 18de eeuw tijdens de franse revolutie (1789-1799) tot bloei kwamen.
  2. Hij was voor de scheiding van de macht.
  3. Hij was tijdgenoot van Lodewijk XIV, die zei «de staat, dat ben ik».
  4. Dat was een absoluut heerser en er was een rechteloze toestand.

Locke vond dat de wetgevende en de uitvoerende macht gescheiden moest worden om tirannie te voorkomen. Vertegenwoordigers van het volk moeten de wetten opstellen en de koning of regering moet dan die wetten uitvoeren. De scheiding is nu verdeeld over 1.

  1. De wetgevende macht, het parlement, 2.
  2. De rechtsprekende macht, de rechtbanken, en 3.
  3. De uitvoerende macht, de regering.
  4. Deze driedeling is bedacht door Montesquieu (1689-1755), de franse verlichtingsfilosoof.
  5. David Hume leefde van 1711 tot 1776.Hij was de belangrijkste empirische filosoof.
  6. Hij heeft ook de filosoof Immanuel Kant op het spoor van zijn filosofie gezet.Hij groeide op even bij ten het schotse Edinburgh.

Hij leefde tijdens de verlichting en was tijdgenoot van de franse filosofen Voltaire en Rousseau. Hij reisde veel door Europa en aan het eind van zijn leven vestigde hij zich in Edinburgh. Zijn belangrijkste werk, «verhandeling over de menselijke natuur» schreef hij toen hij 28 jaar was.

Zelf beweerde hij dat hij dat idee voor dat boek al had toen hij 15 was. Als empirist zag Hume het als zijn taak alle onduidelijke begrippen en gedachten-constructies op te ruimen. Zowel in woord als geschrift was er veel wrakhout van middeleeuwse en zeventiende rationalistische filosofen. Hume wilde terug naar de directe menselijke gewaarwording.

Volgens Hume kan geen enkele filosofie ons op wat voor manier dan ook terugvoeren achter de dagelijkse ervaringen of ons andere gedragsregels geven dan de regels die wij verkrijgen door na te denken over het dagelijkse leven. In de tijd van Hume geloofde men dat engelen bestonden.

See also:  Bisoprolol Para Que Serve?

Dat zijn mannen met vleugels. Men heeft mannen gezien en men heeft vleugels gezien. Engelen zijn daarom een samengesteld of complex begrip. Twee verschillende ervaringen die in werkelijkheid niet bij elkaar horen maar die in de menselijke fantasie aan elkaar gekoppeld zijn. Het is een valse voorstelling die overboord gegooid moet worden.

Zo moeten we onze gedachten en voorstellingen opruimen. Je moet het beoordelen volgens: – bevat het een theoretische beschouwing over de uitgebreidheid of hoeveelheid? Nee, – bevat het soms een ervaringsoordeel over feitelijke verbanden en feitelijk bestaan? Nee, gooi het dan maar weg want dan is het een drogreden of hersenspinsel.

Hume wilde terug naar de manier waarop een kind de wereld beleeft, voordat alle gedachten en reflecties een plaats in het bewustzijn hebben ingenomen. Veel filosofen leven in hun eigen wereldje, Hume was meer genteresseerd in de echte wereld. De mens kent twee verschillende soorten voorstellingen: – indrukken: onmiddellijke gewaarwording van de stoffelijke wereld – ideen: de herinnering aan een onmiddellijke gewaarwording van de stoffelijke wereld Zowel indrukken als ideen kunnen enkelvoudig of samengesteld (complex) zijn.

Locke had het over de appel, verschillende zintuigen nemen wat waar dus is het een complexe waarneming, de voorstelling daarover is ook complex. Maar de mens maakt ook complexe ideen terwijl die niet in werkelijkheid bestaan. Zoals de genoemde engelen, Pegasus, een paard met vleugels, e.d.

Het bewustzijn is erg goed in knippen en plakken. Het maakt niets zelf maar van de bestaan de dingen kan het heel veel andere dingen maken. Zo maakt het veel valse voorstellingen en ideen. Zo zegt Humen dat het paradijs en God ook voortkomen uit het knippen en plakken van het bewustzijn. Als je God oneindig intelligent en wijs en goed noemt dan heb je een keer intelligent en wijs en goed ervaren.

Maar ook het ik of de persoonlijkheidskern is een samengesteld begrip dat we gebruiken zonder na te denken of het klopt. Die voorstelling was de basis van Descertes, daarop was zijn hele filosofie gebaseerd. (Cogito, ergo sum: ik denk dus ik ben. Hij vond dat dat denkende «ik» reler was dan de fysische wereld die we met onze zintuigen waarnemen.) Hume wilde alle gedachten en voorstellingen aanpakken die niet tot overeenkomstige indrukken kunnen worden herleid.

  1. Hij wil al het zinloze gepraat weghalen dat zolang het metafysische denken (denken over bovenzintuiglijke dingen) heeft beheerst en in diskrediet heeft gebracht.
  2. Wat is je «ik» die je waarneemt.
  3. Je kan soms humeurig zijn, soms moeilijk beslissingen nemen, je kan dezelfde persoon de ene keer aardig de andere keer vervelend vinden.

Je neemt je «ik» dus complex waar. Wat is het idee dat je hebt van je «ik». Je bent een andere dan toen je klein was. Je voelt je steeds verschillend, de meningen verschillen steeds. Je «ik»-voorstelling is in werkelijkheid een lange keten van enkelvoudige indrukken die je nooit op n en hetzelfde moment hebt opgedaan.

Het is een bundeling of verzameling van verschillende gewaarwordingen die elkaar met onbegrijpelijke snelheid opvolgen en zich in een voortdurende veranderende stroom bevinden. Volgens Hume hebben we onder of achter de opvattingen en gemoedsstemmingen die komen en gaan, geen achterliggende persoonlijkheid.

In werkelijkheid is de film een som van momenten. De mens heeft dus geen onveranderlijke persoonlijkheidskern. Boeddha zei 2500 jaar geleden hetzelfde. Boeddha beschouwde het menselijke leven als een onafgebroken reeks mentale en fysieke processen die van moment tot moment veranderen.

Een baby is niet dezelfde persoon als de volwassene en je bent niet dezelfde persoon als gisteren. Van niets kan ik zeggen dat dit van mij is en van niets kan ik zeggen dat ik dit ben. Er bestaat dus geen «ik» of persoonlijkheidskern. In het verlengde van een onveranderlijk «ik» beschouwden veel rationalisten het als een vaststaand feit dat de mens een onsterfelijke ziel heeft.

Volgens Hume en Boeddha is dat ook een valse voorstelling. Boeddha zei tegen zijn leerlingen voordat hij stierf: «Alles wat samengesteld is, is vergankelijk.» Hume wees elke poging om onsterfelijkheid van de ziel of het bestaan van God te bewijzen, af.

Hij vond denken dat je religieus geloof met het menselijke verstand kan bewijzen, rationalistisch geraaskal. Hume was geen christen, mar hij was ook geen overtuigend athest. Hij was een agnosticus, iemand die niet weet of er een god bestaat.Hij hield mogelijkheden open. Maar religie is gebaseerd op geloven.

Met de filosofie van Hume werd de laatste koppeling tussen geloof en de wetenschap, o.a. filosofie, opgeheven. Hume geloofde niet in wonderen, maar sloot ze niet bij voorbaat uit. Maar hij had ze zelf nog nooit meegemaakt. Hij vond wonderen een inbreuk op de wetten van de natuur.

Maar je kan niet zeggen dat je de wetten van de natuur ervaren hebt. Dat een steen op de grond valt als je hem loslaat kan je wel ervaren, de zwaartekracht als wet niet. Je hebt vaak ervaren dat een steen op de grond valt als je hem loslaat, maar je kan niet ervaren dat een steen altijd op de grond valt als je hem loslaat.

Doordat je vaak hetzelfde meemaakt ga je dat ook verwachten, En die verwachtingen worden de voorstellingen van de natuurwetten. Hume gelooft ook dat een steen op de grond valt als je hem loslaat, maar hij heeft het waarom nooit ervaren. Een volwassene zou zich verbazen als een steen niet op de grond valt als je hem loslaat, een kind van n zou dat niet gek vinden.

  1. Want een kind van n is nog niet gewend aan de wetten van de natuur.
  2. Volwassenen zijn gewend aan de dingen die ze ervaren.
  3. Zo vindt een klein kind een goochelaar niet leuk want die begrijpt niet wat er afwijkend is aan wat de goochelaar doet, namelijk de illusie opwekken dat hij de wetten van de natuur opheft.

Een kind is nog geen slaaf van de gewenning. Een kind stelt zich zonder vooringenomen opvattingen op. Wanneer Hume de macht van de gewenning analyseert, concentreert hij zich op de «wet van oorzaak en gevolg». Alles wat gebeurt moet een oorzaak hebben. We verwachten dat het ene op het andere volgt.

Dat ligt niet in de dingen zelf besloten maar dat zit in ons bewustzijn. En die verwachting heeft met gewenning te maken. Je kan de natuurwetten niet ervaren. Dat je nadenkt over die gewenning is belangrijk omdat je door gewenning te snel conclusies kan trekken. Als je een kudde zwarte paarden ziet wil dat nog niet zeggen dat alle paarden zwart zijn.

Of dat alle raven zwart zijn. We denken dat de bliksem de donder veroorzaakt, omdat de bliksem eerst komt. Maar eigenlijk gebeuren die tegelijk en is er een derde factor, de elektrische ontlading, die de oorzaak is. Zo ontstaat ook bijgeloof door te snelle conclusies.

Als je een zwarte kat ziet en de volgende dag je arm breekt wil dat nog niet zeggen dat de zwarte kat de oorzaak is en zwarte katten ongeluk brengen. Als empirist moet je wel testen doen. Als iemand beter wordt bij gebruik van een medicijn wil dat nog niet zeggen dat dat medicijn hem genezen heeft. Als je de test doet met andere mensen met dezelfde ziekte en die een placebo geeft en die genezen ook, dan is er wat anders, bv de overtuiging dat het medicijn genezend werkt, dat hun genezen heeft.

Ook in zaken als ethiek en moraal verzette de empirist Hume zich tegen het rationalistisch denken. De rationalisten dachten dat het in het menselijke verstand besloten lag om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. De gedachte van het zogenaamde natuur-recht, wat men van af Socrates tot en met Locke dacht.

  1. Maar volgens Hume wordt wat we zeggen niet door ons verstand bepaald maar door onze passie of ons gevoel.
  2. Als je iemand wilt helpen dan wordt dat door je gevoel bepaald en niet door je denken.
  3. Maar er zijn grenzen, je mag niet iemand doodslaan.
  4. Omdat de ander ook van het leven houdt, daarom mag je hem niet doodslaan.» Maar volgens Hume mag je nooit uit een beschrijvende zin een conclusie trekken die leidt tot een voorschrijvende of normatieve zin.

«Er zijn zoveel mensen die de belasting ontduiken, dat ik dat ook zou moeten doen.» Een zin met «zijn» mag niet leiden tot een zin met «moeten». In kranten en politiek gebeurt dat veel. «De ontwikkeling van nieuwe olievelden zal de levenstandaard van ons land met 10% verhogen, daarom moeten we zo snel mogelijk nieuwe olievelden exploiteren.» Maar er moet ook nog aan andere dingen gedacht worden, het milieu, de fossiele brandstofvoorraad e.d.

De nazi’s hebben miljoenen joden vermoord. Niet omdat ze dom waren maar omdat hun gevoel wreed was. Mensen kunnen vrijgesproken worden als ze niet helemaal goed bij hun verstand zijn, dan zijn ze minder toerekeningsvatbaar, of dat ze ontoerekeningsvatbaar waren op het moment van de daad. Maar er is nog nooit iemand vrijgesproken vanwege gevoelloosheid.

Als er een overstroming is dan wordt er geholpen. Als men alleen met zijn verstand zou reageren dan zou men kunnen denken dat het wel handig is zoveel doden in een wereld die bedreigd wordt door overbevolking. George Berkeley was een ierse bisschop die leefde van 1685 tot 1753.

  1. Maar hij was ook filosoof.
  2. Hij vond dat de filosofie en wetenschap van zijn tijd een bedreiging vormden voor de christelijke levensbeschouwing.
  3. Hij vond vooral dat het steeds consequenter doorgevoerde materialisme een bedreiging vormde voor het christelijke geloof, en dat God degene was die de hele natuur had geschapen en in stand hield.

Maar tegelijk was Berkerley de meest consequente empirist. Hij vond dat we niet meer van de wereld weten dan dat we waarnemen. Maar hij vond meer. Hij vond dat de dingen in de wereld precies zijn zoals we ze waarnemen, alleen zijn het geen «dingen». Locke had erop gewezen dat we ons niet kunne uitspreken over de secundaire eigenschappen van dingen.

  • We kunnen niet zeggen dat een appel groen en zuur is, alleen dat we dat zo waarnemen.
  • Maar de primaire eigenschappen zoals vastheid, massa en gewicht, maken deel uit van de stoffelijke wereld om ons heen.
  • De stoffelijke wereld heeft dus een fysieke substantie.
  • Locke dacht dus, net als Descartes en Spinoza, dat de fysische wereld een realiteit is.

Dat de fysische wereld een realiteit is, dat is nu net wat Berkeley in twijfel trekt. En dat doet hij door een consequent empirisme voor te staan. Hij zegt dat het enige wat bestaat, is wat wij waarnemen. Maar wij nemen geen stof of materie waar. Wij nemen niet waar dat de dingen concrete «dingen» zijn.

  • De vooronderstelling dat wat wij waarnemen een eigen, achterliggende substantie heeft, is een te snel getrokken conclusie.
  • Als je hard op een tafel slaat voel je iets hards.
  • Je hebt dan een duidelijke gewaarwording van iets hards, maar de echte stof voelde je niet.
  • Je kan ook dromen dat je op een tafel slaat, maar er is niets hards in een droom.

Met hypnose kan je mensen ook van alles laten voelen dat er niet is. Wat voel je dan als je op een tafel slaat maar je voelt de tafel zelf niet. Berkerley dacht dat het «wil of geest» is. Hij dacht dat al onze ideen een oorzaak hebben die buiten ons bewustzijn ligt, en dat die oorzaak niet van stoffelijke maar van geestelijke aard is.

Volgens Berkerley kan mijn eigen ziel de oorzaak zijn van mijn eigen voorstellingen. Maar alleen een andere wil of geest kan de oorzaak zijn van de ideen die onze materiele wereld vormen. Alles wordt veroorzaakt door de geest die alles veroorzaakt en waardoor alle dingen bestaan. Berkerley denkt dan natuurlijk aan God.

Hij zegt dat er voor het bestaan van God veel meer te zeggen valt dan voor het bestaan van mensen. Alles wat we zien en voelen is een effect van de kracht van God. God is intiem in ons bewustzijn aanwezig en roept daarin alle ideen en gewaarwordingen op.

De hele natuur om ons heen en ons hele bestaan berusten op God. Berkerley ontkent het bestaan van een materiele wereld buiten het menselijke bewustzijn. Onze zintuiglijke waarnemingen zijn opgeroepen door God. «Zijn of niet te zijn» is dus niet de hele vraag. De vraag is ook wat we zijn. Zijn we echt mensen van vlees en bloed en bestaat onze wereld uit concrete dingen, of zijn we omringd door bewustzijn.

Berkerley trekt niet alleen de stoffelijke werkelijkheid in twijfel, hij trekt bovendien in twijfel of tijd en ruimte wel een absoluut en zelfstandig bestaan hebben. Ook onze beleving van tijd en ruimte bestaan wellicht alleen in ons bewustzijn. Een paar weken voor ons hoeft voor God niet een paar weken te zijn.

Was Locke een Empirist?

John Locke: Denk als een rebel – Filosofie Magazine Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit af en u heeft direct toegang. wordt in 1632 geboren op het Engelse platteland, in een bevoorrecht gezin uit de hogere middenklasse. Door zijn scherpe verstand en de connecties van zijn vader kan hij aan de universiteit van Oxford studeren.

Daar is hij niet erg onder de indruk van deze zeer goed bekendstaande universiteit: de middeleeuwse scholastiek waarin hij les krijgt noemt hij ‘geleerd koeterwaals’. Locke weigert de lessen uit het verleden zomaar over te nemen en laat zich leiden door een doe-het-zelfmentaliteit: hij pleit voor een democratisering van kennis, moraal, politiek en religie.

Niet alleen geleerden, priesters of koningen kunnen weten wat waar, goed en rechtvaardig is, ook jij en ik kunnen dat. Maar hoewel iedereen zelf zijn verstand kan gebruiken, kan niet iedereen dit ook goed: je moet je verstand trainen, vindt Locke. Met deze doe-het-zelffilosofie laat Locke Europa afscheid nemen van de duistere Middeleeuwen en trekt het de moderne tijd in.

  • Lockes afkeer van de scholastieke filosofie waarin hij les had gekregen klinkt door in zijn latere werk, waarin hij mensen aanspoort om zelf hun verstand te trainen en te gebruiken.
  • Hij wordt al vroeg lid van de Royal Society, een nog steeds invloedrijke vereniging van wetenschappers, waarvan het motto Nullius in verba is – niks in woorden.

Het gevaar van woorden is dat we, net als de scholastici, verstrikt raken in ‘een merkwaardig en onverklaarbaar web’ waarin woorden alleen maar naar elkaar verwijzen en niet naar de werkelijkheid. Daar schiet niemand wat mee op, stelt Locke. Locke is een van de eerste voorvechters van het ; volgens hem komt werkelijke kennis voort uit de waarneming.

Experimenten helpen om dat inzicht te verkrijgen. Het succes van de experimentele methode was niet vanzelfsprekend, en is te danken aan de pioniers van het empirisme, van wie Locke misschien wel de belangrijkste is geweest. Tegenwoordig vinden we het doodnormaal dat wetenschappers proeven doen om kennis te vergaren, maar voor het rationalisme, de tegenhanger van het empirisme, was dat allesbehalve vanzelfsprekend.

Volgens die stroming is onze waarneming onbetrouwbaar en kunnen we alleen zekere kennis verkrijgen door ons puur met onze rede op de werkelijkheid te richten. De Fransman en de Nederlander, beiden tijdgenoten van Locke, zijn hier goede voorbeelden van.

Zij leiden allebei hun model van de werkelijkheid helemaal af van principes en aannames, zonder dat er een wetenschappelijk experiment of een waarneming aan te pas komt. Nu zegt Locke niet dat waarneming alleen genoeg is voor kennis. Nadat we iets hebben waargenomen moeten we ons verstand gebruiken om deze waarnemingen te ordenen en met elkaar in verband te brengen, schrijft hij in zijn invloedrijke An Essay Concerning Human Understanding,

We zien bijvoorbeeld ‘rood’ en ‘rond’, en we proeven ‘fris’ en ‘zoet’, maar we nemen niet direct waar dat deze waarnemingen veroorzaakt worden door hetzelfde object; al deze eigenschappen aan een appel toeschrijven doen we met ons verstand. Toch is de basis voor alle kennis de waarneming.

  1. Als we ons verstand gebruiken zonder dit in de waarneming te gronden, vormen we volgens Locke geen kennis, maar nonsens.
  2. Even tussendoor Meer lezen over Locke en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
See also:  Qual A Diferenca Do?

Uw aanmelding is helaas niet gelukt. Probeer het later nog eens. Waarneming is dus belangrijk, maar het verstand is onmisbaar om het ruwe materiaal van deze waarnemingen goed te gebruiken. Locke stelt dat het voor iedereen in principe mogelijk is om zijn verstand goed te leren gebruiken en tot ware kennis te komen. Quem Foi John Locke Locke wil mensen ervan overtuigen dat zelf je verstand gebruiken zin heeft. Daarom moet hij zich wel verzetten tegen een gedachte waar veel van zijn tijdgenoten in geloven. Zij denken dat het helemaal geen zin heeft om je eigen verstand te gebruiken, omdat er alleen onbetwijfelbare waarheden zijn die op mysterieuze wijze zijn ontstaan en die boven het gezonde verstand verheven zijn.

Die waarheden zijn in ons verstand geprent, je hoeft je verstand niet te gebruiken om ze te leren kennen. Locke is uitermate kritisch over de notie van aangeboren ideeën: ‘Het verlichtte de luien van de moeite van het zoeken, en stopte het onderzoek van de twijfelaars over alles wat aangeboren genoemd werd.

En het bracht hen die zich als meesters en leraren opwierpen het niet geringe voordeel om dit het principe der principes te maken: dat principes niet bevraagd dienen te worden.’ Locke veegt in zijn Essay de vloer aan met de theorie van aangeboren ideeën.

Hij neemt als voorbeeld de zogenaamd aangeboren waarheid ‘Hetzelfde kan niet tegelijk zijn en niet-zijn’. Zelfs zo’n zogenaamd onbetwijfelbare waarheid is voor kinderen niet overduidelijk, beargumenteert Locke overtuigend; er zijn maar weinig kinderen die dit zelf zullen bedenken. Een bekende tegenwerping in Lockes tijd is dat iedereen die goed nadenkt met zo’n waarheid zal instemmen, en dat sommige ideeën op die manier aangeboren zijn.

Locke is hiervan niet overtuigd: in hoeverre is een waarheid al in je verstand aanwezig als je eerst je verstandelijke vermogens moet ontwikkelen voordat je ermee kunt instemmen? Ideeën ontstaan dus niet op een of andere manier, maar komen voort uit de waarneming, waarna het verstand met deze waarnemingen aan de slag gaat.

Iedereen heeft zintuigen en een verstand, dus in principe kan iedereen ware kennis verkrijgen. Dat was een ware revolutie: Locke doorbrak het kennismonopolie van de geleerden en de priesters, dat ruim duizend jaar had standgehouden. Maar, waarschuwt Locke: met de vrijheid om je verstand te gebruiken komt ook de verantwoordelijkheid om je verstand goed te gebruiken.

En dat is zeker niet gemakkelijk. Sterker nog: veruit de meeste mensen maken voortdurend denkfouten. Daarom stelt Locke een trainingsprogramma voor het verstand op. Lockes belangrijkste advies in de Leidraad voor het verstand is om niet te snel iets voor waar aan te nemen.

  • Mensen doen dat maar al te vaak om ongegronde redenen die niks met de waarheid te maken hebben.
  • De gevaarlijkste van deze valkuilen is volgens Locke partijdigheid.
  • Als mensen merken dat een mening populair is in hun omgeving vinden ze de zwakste argumenten voor die mening al overtuigend en laten ze het na op zoek te gaan naar tegenargumenten.

Daarom adviseert Locke keer op keer: stap uit je bubbel. Pas als je alle argumenten een eerlijke kans hebt gegeven, zonder dat je ze van tevoren al hebt afgewezen, kun je goed beoordelen of iets waar is of niet Tot zijn drieëndertigste doet Locke van alles en nog wat, maar dat is allemaal niet zo heel spannend voor een filosoof van zijn kaliber.

In dit vrij saaie leventje komt in 1665 verandering: hij ontmoet Anthony Ashley Cooper, die Locke meesleept in een strijd om de democratie te redden uit de klauwen van een absolute koning. Cooper was de aanvoerder van de parlementariërs, die zich verzetten tegen de dictatoriale neigingen van het Engelse koningshuis.

Het is onduidelijk in welke mate Locke aan Coopers politieke machinaties meedoet, maar hij verkeert wel in verdachte kringen en het wordt hem in Engeland wat te heet onder de voeten. Daarom vlucht hij voor vier jaar naar Frankrijk. In 1679 keert hij terug, maar ook dan nog houden spionnen van de koning hem in de gaten.

Ook eist de koning in eigen persoon dat Locke uit zijn ambt aan de universiteit van Oxford wordt gezet. Onder zulke omstandigheden schrijft Locke het grootste deel van een van zijn hoofdwerken, Two Treatises of Government, De belangrijkste politieke vraag van dat moment is: is er een recht om in opstand te komen en de regering af te zetten als die niet functioneert? Al in het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581, waarin een aantal Nederlandse provinciën de Spaanse Filips II afzet als hun koning, wordt gezegd van wel, maar algemeen geaccepteerd was dit recht op verzet zeker nog niet.

Zo had, toch een modern denker, nog vurig bepleit dat zo’n recht op verzet tot complete chaos zou leiden. In dat geval zouden de acties van Cooper en zijn medestanders gevaarlijk en onrechtmatig zijn. Om de acties van zijn goede vriend Cooper te rechtvaardigen betoogt Locke dat het rechtvaardig is om tegen een onrechtvaardige regering in opstand te komen.

  1. Hiervoor moet hij eerst uitzoeken wanneer een regering dan wel rechtvaardig is.
  2. Locke begint zijn ontstaansgeschiedenis van de rechtmatige regering in een natuurstaat, waarin er nog geen regering is.
  3. In de natuurstaat kunnen mensen volgens hem wel beredeneren wat de natuurwet is en elkaar daaraan houden.

De natuurwet geeft mensen rechten en legt hun plichten op vanwege de aard van de mens en van de wereld. In veel andere morele en politieke theorieën uit Lockes tijd was niet de natuurwet de basis van de moraal en van politiek gezag, maar de goddelijke wet.

De goddelijke wet wordt geopenbaard aan een select groepje uitverkorenen en het gewone volk is voor kennis van die goddelijke wet afhankelijk van de dominee, priester of imam. Locke neemt niet de goddelijke, maar de natuurwet als basis van de moraal en van politiek gezag. Dit betekent dat mensen zelf kunnen ontdekken waar ze recht op hebben.

Als mensen reflecteren op wat ze nou echt nodig hebben voor een goed leven, ontdekken ze dat een recht op leven, gezondheid, vrijheid en eigendom daar de basis van zijn, en dat dit voor anderen ook zo is. Zo ontdekken ze naast hun rechten ook de plicht om anderen niet van deze dingen te beroven. Quem Foi John Locke Hoewel mensen hun rechten en plichten ook in de natuurstaat al ontdekken en elkaar er ook aan kunnen houden, is het voor hen toch beter om een overheid in te stellen. Dit besluit noemt Locke, in navolging van andere denkers voor hem, een sociaal contract.

In een sociaal contract besluiten mensen gezamenlijk om bepaalde rechten af te staan aan een overheid. Als belangrijkste voorbeeld noemt hij het recht om met geweld voor je eigen natuurrechten op te komen. Door dit recht af te staan voorkomen mensen eigenrichting en de risico’s die daarbij horen: excessieve straffen en een spiraal van geweld.

De overheid is dus maar een middel tot een hoger doel: het welzijn van mensen, gewaarborgd door de bescherming van hun natuurrechten. Hieruit volgt dat een regering die deze rechten onvoldoende beschermt of zelfs schendt onrechtmatig is. Dan mogen mensen in opstand komen om deze overheid te vervangen door een nieuwe die hun rechten wel beschermt.

Omdat de natuurwet voor iedereen te begrijpen is, kunnen mensen zelf toetsen of een regering onrechtmatig is en of verzet dus acceptabel is. Dit maakt Locke, hoewel hij zeker geen voorstander was van algemeen kiesrecht, een van de voorvaderen van de democratie. Vanwege de vervolging van zijn vriend Cooper en de wat al te persoonlijke aandacht van de koning vlucht Locke naar de Republiek.

Daar wordt hij geconfronteerd met een enorme vluchtelingenstroom. In Frankrijk had koning Lodewijk het belijden van het protestantisme strafbaar gemaakt, en 300.000 hugenoten (Franse protestanten) sloegen op de vlucht. Zeventigduizend van hen kwamen naar de Republiek, op een bevolking van nog geen 2 miljoen mensen.

Ter vergelijking: op het hoogtepunt van de laatste stroom asielzoekers, in 2015, kwamen er nog geen 60.000 mensen naar Nederland, op een bevolking van net geen 17 miljoen mensen. De impact van de stroom hugenoten op de Republiek was dus enorm en confronteerde Locke op heftige wijze met een van de belangrijkste politieke vragen uit zijn tijd: mag de staat zich met religie bemoeien, of moeten Kerk en Staat gescheiden zijn? Locke had al eerder over geloof geschreven in zijn Essay.

Meestal gebruiken we onze waarneming en ons verstand om in te stemmen met de waarheid, maar soms gaan we ook af op geloof, schrijft hij. Hij stelt scherpe grenzen aan de rol van geloof bij het beoordelen van de waarheid: je mag volgens Locke alleen op geloof afgaan wanneer het dingen betreft die je niet kunt waarnemen en die je dus niet met je verstand kunt beoordelen.

Maar zelfs dan moet je niet blind vertrouwen op wat de dominee, priester of imam zegt. Volgens Locke is het menselijke verstand een gave van God en heeft Hij ons dat gegeven om de wereld en dus ook Zijn openbaringen te begrijpen. Echte openbaringen van God spreken onze rede dus niet tegen. Net zoals kennis en moraal is ook geloof dus onderworpen aan de toetssteen van het menselijke verstand.

Iedereen die met goede argumenten komt, mag volgens Locke een priester aanspreken die een onredelijke preek houdt. Autoriteit betekent voor Locke, ook op geloofsgebied, helemaal niks. Om zelf na te denken over je geloof moet je daarvoor wel de ruimte krijgen.

Al eerder hadden grote denkers als en Spinoza gepleit voor religieuze tolerantie, wat in die tijd een prangende kwestie was: in de zestiende en zeventiende eeuw kwam in West-Europa naar schatting gemiddeld een vierde tot bijna de helft van de bevolking om door oorlogen tussen katholieken en protestanten.

Wellicht voelt Locke verwantschap met de gevluchte hugenoten; hij was immers zelf ook een politiek vluchteling. Terwijl hij in de Republiek verblijft besluit hij in elk geval een ‘Brief over tolerantie’ te schrijven. Locke vindt dat het geloof van mensen niet de zaak van de overheid is; die heeft als taak het beschermen van de natuurrechten van de mens.

Wat mensen geloven bedreigt de natuurrechten van anderen niet. Daarom heeft de overheid geen reden tot ingrijpen. Met deze argumenten draagt Locke zijn steentje bij aan de strijd voor religieuze tolerantie. De hugenoten hielp het niet; pas bijna honderd jaar later herstelt Lodewijk de Zestiende de godsdienstvrijheid in Frankrijk.

In 1689, na ruim vijf jaar in de Republiek doorgebracht te hebben, keert Locke terug naar Engeland. Inmiddels was de katholieke Jacobus II afgezet en vervangen door de Nederlandse stadhouder Willem III, echtgenoot van de Engelse Mary Stuart. Pas na zijn terugkeer naar Engeland vindt Locke dat zijn hoofdwerken, het Essay en de Two Treatises, geschikt zijn voor publicatie.

De consistent doorgevoerde doe-het-zelfmentaliteit van deze werken heeft een enorme invloed gehad. Locke geeft mensen een recht op verzet: ze kunnen zelf beoordelen of hun regering wel goed hun rechten beschermt. Van dit recht wordt al tijdens zijn leven dankbaar gebruikgemaakt door de parlementariërs in eigen land.

Wat hem minder blij had gestemd was dat ook de Engelse kolonisten in Amerika inspiratie putten uit zijn filosofie om zich af te scheiden van het Britse Rijk. Met zijn doe-het-zelfmentaliteit is Locke een wegbereider van de Verlichting, die ‘durf te denken’ als onofficieel motto heeft.

Wat betekent het empirisme?

Empirisme The doctrine that we learn by experience may seem a trite truism. The idea that we learn in no other way totally transforms the world. — Het empirisme is een filosofische stroming waarin gesteld wordt dat voornamelijk of geheel voortkomt uit de,

Volgens de van het empirisme bezit de mens geen enkele vorm van, en moet bij de geboorte zijn geest opgevat worden als een onbeschreven blad of, Het empirisme staat in deze kennistheoretische opvatting tegenover het, dat de rede en het denken aanwijst als voornaamste kennisbron. In de zijn bij en al empiristische tendenzen aan te wijzen.

Echt doorbreken zou het empirisme pas in de 17e en 18e eeuw in, uitgewerkt door denkers als,,, en, Verdere vormen van empirisme zijn terug te vinden in het van, het van, de van, het van en het van, is sinds de de enige geaccepteerde manier van kennisverwerving.

Wat is het verschil tussen Locke en Rousseau?

Leg de verschillen tussen Locke en Rousseau in het gebruik van het begrip eigendom uit. Locke : iedereen mag bezitten wat hij bewerkt want dat is zijn eigendom. Volgens Rousseau is eigendom datgene wat in bezit is van een persoon –zoals een stuk grond- en waarmee hij anderen werk kan verschaffen.

Wat zijn de natuurlijke rechten?

Natuurrecht is het idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de ‘natuur’ zijn gegeven. Natuurrechten zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.

  • Het natuurrecht heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de filosofie van de mensenrechten en, in het algemeen, in de geschiedenis van de mensenrechten,
  • Lange tijd beschouwde men de fundamentele rechten, zoals de mensenrechten, als natuurrecht.
  • Griekse filosofen uit de 5e en 4e eeuw v.Chr.

maakten een onderscheid tussen physis (natuurrecht) en nomos (door mensen gemaakt recht). Socrates, Plato en Aristoteles beweerden dat het mogelijk moest zijn onveranderlijke rechtsregels te onderscheiden.

Waarom is John Locke bekend?

Sociaal contract en civil society – Zie ook Geschiedenis van de mensenrechten en Geschiedenis van acties voor de mensenrechten. Vanaf de 17e eeuw vond het idee van een ‘sociaal contract’ weerklank, dat het eigendom als een basisrecht beschouwde. Het sociaal contract is ontwikkeld door onder andere de filosofen Thomas Hobbes (1588-1679) en John Locke (1632-1704) uit Engeland en Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) uit Frankrijk.

  1. Hobbes zette zijn politieke filosofie uiteen in Leviathan (1651).
  2. Volgens hem is de mens ‘een wolf voor zijn medemens’: iedereen loert op de zwakke kanten van anderen om daarvan profijt te trekken.
  3. Er zijn echter natuurlijke wetten, regels van eigenbelang, waardoor de rationele mens inziet dat hij zijn vrijheid in overeenstemming met anderen moet beknotten.

Locke heeft in belangrijke mate bijgedragen aan het ontstaan van het liberalisme en de moderne mensenrechtenidee. Belangrijke inspiratie deed hij op tijdens een vijfjarige ballingschap in Nederland, van 1683 tot 1688. In zijn Twee verhandelingen over bestuur (1690) ging hij uit van een ‘natuurlijke toestand’ waarin alle mensen vrij en gelijk zijn geboren, en aan geen gezag onderworpen zijn.

  1. Hij schreef dat een koning geen goddelijk recht heeft om te heersen en afgezet kan worden als hij de rechten van burgers niet naleeft.
  2. Volgens hem heeft iedereen onvervreemdbare rechten op leven, vrijheid, eigendom en gezondheid.
  3. Een staat moet tot stand komen in een sociaal contract, waarin men zich vrijwillig verplicht tot het nakomen van besluiten van de meerderheid.
See also:  Qual A FunO Do EstôMago?

De burgermaatschappij ( civil society ) vervangt de natuurlijke staat. Met zo’n burgermaatschappij bedoelt Locke dat regels en wetten garanderen dat de samenleving geen chaos wordt waarin alleen het recht van de sterkste geldt. De door Locke geformuleerde basisrechten van leven, vrijheid en eigendom zijn overgenomen in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de Amerikaanse grondwet.

Wat voor soorten opvoeding zijn er?

Er zijn verschillende ‘ opvoedstijlen ‘, zoals bijvoorbeeld de autoritaire opvoedstijl, de Permissieve (of ‘lassez faire’ ) opvoedingsstijl, of iets daartussenin, de autoritatieve opvoedstijl. Maar er is ook het ‘Onvoorwaardelijk ouderschap’ (Alfie Kohn). En natuurlijk ben je als vader of moeder ook gewoon jezelf.

Waar leefde John Locke?

Even voorstellen John Locke werd op 29 augustus 1632 geboren in Engeland en overleed in 1704. Hij begon op zijn 20ste met een studie filosofie. Hij wilde eerst dokter worden maar begon later over filosofie te schrijven. Omdat in die tijd sommige filosofen opgepakt werden aangezien hun ideeën niet pasten bij de ideeën van de kerk, ging hij in Nederland wonen.

Waarom is een goede opvoeding zo belangrijk?

Effect van positief opvoeden op kinderen – Een kind dat opgroeit in een liefdevolle, stimulerende en stabiele omgeving heeft een grotere kans om zich goed te ontwikkelen. Over het algemeen leidt positief opvoeden tot zelfstandige, zelfverzekerde kinderen, die goed functioneren in onze maatschappij.

Je kind leert door positief opvoeden beter omgaan met conflicten en kan daardoor beter problemen oplossen. Besef je wel dat niet alleen jouw opvoedgedrag een rol speelt in de ontwikkeling van je kind, maar ook bijvoorbeeld z’n temperament, bepaalde gebeurtenissen en de ervaringen die je kind opdoet op andere plekken, zoals op school.

Toch heeft de relatie tussen jou en je kind veel invloed. Want in contact met jou legt je kind de basis voor het vertrouwen in zichzelf en in anderen. En dit vertrouwen is van grote invloed op z’n verdere ontwikkeling. Het effect van positief opvoeden op kinderen is dus enorm positief.

Dat positief opvoeden belangrijk is in de eerste levensjaren is dus bekend. Maar ook als je kind ouder is, levert positief opvoeden veel op. Het effect van positief opvoeden op pubers en adolescenten is positief, want ze vertonen minder probleemgedrag en hebben meer zelfvertrouwen (Smokowski en collega’s, 2015).

Ouders die het vader- of moederschap als positief ervaren, hebben een positieve invloed op hun kind. Kinderen voelen zich dan over het algemeen beter en hebben minder gedragsproblemen. Maar opvoeden is lastig, dus niet alle ouders zullen het vader- of moederschap positief ervaren.

  • Als je dan hulp vraagt, heeft dit ook een positieve invloed.
  • Want ook blijkt uit onderzoek, als ouders opvoedondersteuning krijgen waarbij ze vaardigheden leren om positief op te voeden, dit een positieve invloed heeft op kinderen.
  • Inderen hebben dan minder gedragsproblemen en ook de emotionele problemen nemen dan af.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat angsten, concentratieproblemen en opstandig gedrag bij het kind dan verminderen. Weer een positief effect van positief opvoeden.

Welk land kwam Plato?

De Griekse filosoof Plato is één van de meest invloedrijke filosofen uit de geschiedenis. Hij is vooral bekend vanwege zijn dialogen, waarin hij zijn leraar Socrates gesprekken laat voeren over filosofische onderwerpen. Plato had belangstelling voor de Atheense politiek en stichtte een school die bekend werd onder de naam ‘de Academie’. Quem Foi John Locke De Griekse filosoof Plato Plato werd geboren in 428 of 427 v.Chr. in Athene. Zijn familie was welgesteld en betrokken bij de Atheense politiek. Zijn vader Ariston overleed kort na Plato’s geboorte, waarna zijn moeder Perictione trouwde met Plato’s oom Pyrilampes.

Het is bekend dat Plato twee broers, een zus en een halfbroer had. Zijn stiefvader was waarschijnlijk een handlanger van de democratische politicus Perikles. Zijn familieleden Charmides en Critias stonden bekend als aristocratische politici en vormden twee van de zogenaamde Dertig Tirannen van Athene.

Deze groep tirannen had het democratische bewind in Athene omver geworpen in 404 v.Chr. en voerde enkele jaren een schrikbewind. In het jaar 403 v.Chr. werden Charmides en Critias tijdens straatrellen in Athene vermoord.

Waarom was Plato beroemd?

Even voorstellen Plato (429-347 v. Christus) was een filosoof uit de Griekse oudheid. Hij woonde in Athene. Eigenlijk was Plato beroemd als schrijver van toneelstukken, tot hij op een dag Socrates tegenkwam. Hij was zo onder de indruk van Socrates, dat hij besloot om zijn eigen ideeën en de ideeën van Socrates op te schrijven.

Wat is het sociaal contract van Rousseau?

Discussies over vernieuwing van het sociaal contract leiden af van de echt belangrijke vragen over onze samenleving. Is het normaal dat cognitief sterke mensen meer verdienen? Is het normaal dat we succes zien als een individueel gegeven? En is het normaal dat we een overheid hebben die het belang van een rijke minderheid steeds stelt boven het algemeen belang? Door: Lian Heinhuis Raadslid in Amsterdam namens de PvdA en programmamanager bij filantropisch fonds Porticus Van links tot rechts zijn politici en wetenschappers het eens: we hebben een nieuw sociaal contract nodig.

  • Een nieuw sociaal contract zou helpen de relatie tussen de overheid en burger te verbeteren.
  • Het zou het antwoord zijn op de onrust die we waarnemen op sociale media, op de onvrede die geuit wordt tijdens talloze demonstraties.
  • Het zou het vertrouwen in de overheid herstellen.
  • In dit essay zal ik bepleiten dat deze aannames onterecht zijn.

De uitdagingen waar onze samenleving voor staat, zullen niet opgelost worden met het vernieuwen van het sociaal contract. Sterker nog, door hier de focus op te leggen wordt de aandacht afgeleid van wat er werkelijk moet veranderen. We zullen namelijk terug moeten naar de kern van wat een sociaal contract is en toezien op de naleving ervan.

  1. Dat is niet een neutraal gegeven, maar een politieke keuze.
  2. En het is die politieke keuze, die gemaakt moet worden om vertrouwen te herstellen en de samenleving rechtvaardig te maken.
  3. Allereerst is het van belang te komen tot een definitie van de term ‘sociaal contract’.
  4. De definitie die ik hanteer komt voort uit het werk van Jean-Jacques Rousseau, die in 1762 het concept in zijn essay Het sociaal contract als een van de eersten beschreef.

Hij legt uit hoe in een samenleving vrijheid alleen gegarandeerd kan worden door het opgeven van een deel van die vrijheid. Rousseau betoogt dat een sociaal contract gelijkheid tussen burgers tot stand brengt doordat burgers zich allemaal aan dezelfde voorwaarden conformeren en dezelfde rechten daarvoor terugkrijgen.

Als voorbeeld geeft hij de doodstraf die dan nog gegeven wordt in Frankrijk. Deze maatregel, legt hij uit, is beschikbaar om jou te beschermen tegen moordenaars. Tegenover deze bescherming staat dat jij accepteert dat als je zelf een moord zou plegen, je die maatregel dan tegen je gebruikt zou zien. We moeten dus allemaal iets opgeven, om uiteindelijk de bescherming te krijgen die we nodig hebben om vreedzaam samen te leven.

Voor Rousseau staat het gemeenschappelijk belang boven het individuele belang. Hij maakt onderscheid tussen de wil van allen, wat de som is van alle individuele verlangens, en de algemene wil. De algemene wil is uiteindelijk altijd het goede, zoals Rousseau schrijft: ‘het volk is nooit corrupt, maar het wordt vaak misleid; alleen dan lijkt het te willen wat slecht is’.

Kernelementen Een sociaal contract heeft dus een aantal kernelementen. Het is een afspraak tussen burgers en geeft daarmee legitimatie aan een overheid. Het gaat uit van het algemene, publieke belang en burgers accepteren dat het algemene belang boven hun eigen belang komt te staan. En het contract zorgt ervoor dat we als burger de juiste bescherming krijgen van onze overheid.

Deze kernelementen zijn van onverminderd belang. Ik stel daarom dat we terug moeten naar deze kern, in plaats van ons te richten op vernieuwing. In de volgende alinea’s zal ik uitleggen wat dit voor mij betekent en waarom dit uiteindelijk neerkomt op het maken van andere politieke keuzes.

  1. Een sociaal contract gaat over hoe de samenleving wordt ingericht en is daarmee per definitie politiek.
  2. De klassieke manier waarop ik het sociaal contract beschouw, is voor mij onlosmakelijk verbonden met een sociaal-democratie.
  3. Het idee van een overheid die echte bescherming biedt, is immers cruciaal in het sociaal-democratisch denken.

Toch is dit idee ook bij sociaal-democraten de afgelopen decennia onvoldoende koersbepalend geweest. Dit wordt goed zichtbaar in het recente werk van Michael Sandel. In The Tyranny of Merit zoekt hij naar een verklaring voor het steeds kleiner wordende vertrouwen in de overheid.

  • Volgens hem is dit grotendeels te wijten aan de meritocratische manier van denken die gangbaar is geworden.
  • Hierbij wordt ervan uitgegaan dat succes het gevolg is van hard werken en dat kansengelijkheid genoeg is voor een eerlijke samenleving.
  • Deze manier van denken is inmiddels te vinden bij politici aan de rechter- en linkerkant.

Sandel legt uit hoe juist deze laatste groep haar eigen rol hierin onvoldoende erkent. Ook linkse politici gingen mee in het denken dat je met de juiste inzet steeds vooruit kan gaan, dat toegang tot onderwijs genoeg was voor gelijke kansen. Hij noemt dat de tirannie van de verdienste: het idee dat succes (of falen) altijd aan jezelf te danken is, in plaats van aan je plek in de samenleving.

  • Dit denken is onderdeel van de individualisering die ons sociaal contract onder druk zet.
  • Immers, denken dat je alleen zelf verantwoordelijk bent voor je levensloop, leidt onvermijdelijk ook tot keuzes die het eigen belang boven het algemeen belang zetten.
  • Hoewel deze gedachten bij uitstek liberaal lijken, zijn ook sociaal-democraten gaan geloven in de kracht van het individu.

Men raakte overtuigd dat concurrentie goed is en dat de markt taken van de overheid kan overnemen. Dat leidde in Nederland, mede onder PvdA-bewind, tot een terugtrekkende overheid, grootschalige privatisering van overheidsdiensten en het idee van de burger als consument.

De kern van ons sociaal contract staat daarom al veel langer onder druk. Al veel langer zien we de gevolgen van individualisering: we zijn gaan denken dat ons individuele belang centraal staat en dat we vooral op basis van individuele wensen onze regering moeten kiezen. Terwijl sociaal-democraten in Nederland gelukkig hun ideologische veren lijken te hebben teruggevonden, hebben we nog altijd een regering die keuzes die het publieke ten goede komen, uit de weg gaat.

Het in Den Haag heersende neoliberale gedachtegoed blijft ervan uitgaan dat de overheid haar invloed op de samenleving zoveel mogelijk moet beperken om zo individuele vrijheid te garanderen. De markt staat centraal en niet de mens. De gevolgen daarvan zijn zeer problematisch.

Kijk naar de woningmarkt, waar weinig inmenging zorgt dat woningprijzen zo blijven stijgen dat wonen een voorrecht wordt in plaats van een recht. Of denk aan de lage belasting op bezit, die ervoor zorgt dat de rijken rijker worden van hun kapitaal, terwijl de werkenden nauwelijks kapitaal kunnen opbouwen.

Daarnaast zijn arbeidsrelaties zo flexibel geworden dat inkomensonzekerheid de norm lijkt in plaats van de uitzondering. Mensen zijn kwetsbaar in het huidige systeem, terwijl ze een overheid nodig hebben die hen bescherming biedt. Het ligt misschien voor de hand om die bescherming te zoeken in een nieuw contract.

  1. Om te pleiten voor een andere manier om onze democratie en samenleving in te richten, om zo de onrust en de onvrede tegen te gaan.
  2. Echter, het voornaamste probleem is dat we zijn afgedwaald van het sociaal contract.
  3. In het huidige systeem is van echte bescherming door de overheid geen sprake.
  4. Het algemeen belang staat niet meer centraal.

Nieuwe welvaartsverdeling De verslechterde relatie tussen de overheid en burger is niet het gevolg van een gebrekkig sociaal contract, maar van politieke keuzes die leiden tot een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk. Het feit dat in de jaren van economische voorspoed een grote groep er nauwelijks op vooruit is gegaan, zowel in economisch opzicht als in status in de maatschappij, is de echte oorzaak van onvrede.

Om het algemeen belang daadwerkelijk te dienen, moeten keuzes worden gemaakt die leiden tot een rechtvaardiger verdeling van de welvaart in ons land. Daarnaast moet kritisch gekeken worden naar hoe we weer gaan waarderen, hoe we tot welvaart komen en wie echt waarde toevoegt aan onze samenleving. Dat zijn niet de huisjesmelkers die slapend rijk worden van het vastgoed dat ze met goedkope leningen hebben gekocht.

Het zijn de echte arbeiders en de mensen in het onderwijs en de zorg die meer respect en salaris verdienen. Zoals David Goodhart laat zien in Head, Hand, Heart: Why Intelligence is Over-rewarded, Manual Workers Matter and Caregivers Deserve More Respect, zijn we de afgelopen decennia steeds meer waarde gaan hechten aan cognitieve vaardigheden.

  1. Mensen die met hun handen werken hebben hierdoor steeds meer het gevoel gekregen dat hun werk er niet toe doet.
  2. Mensen die cognitief sterk zijn, worden immers meer gewaardeerd.
  3. Denk alleen al aan de termen die aan het Nederlandse onderwijs gegeven worden: cognitieve vaardigheden worden vooral in theoretisch onderwijs gebruikt en mensen die dit onderwijs volgen worden veelal aangeduid als hoger opgeleiden.

Terwijl praktisch opgeleiden worden beschreven als lager opgeleid. Dit lijkt een hiërarchische relatie weer te geven en laat zien welke waarde er aan verschillende opleidingen en werk wordt gegeven. Dit leidt vervolgens vaak tot grote verschillen in inkomens, omdat praktische beroepen minder gewaardeerd worden, worden ze ook in financieel opzicht minder gewaardeerd.

De belofte van een nieuw sociaal contract leidt af van het feit dat we allang de middelen en mogelijkheden hebben om verandering te eisen. Elke vier jaar mogen we kiezen hoe we willen dat het sociaal contract wordt nageleefd, of het wordt nageleefd. De oplossing voor het probleem is dus niet vernieuwing, maar de bescherming opeisen die bij ons sociaal contract hoort.

Als we de sociale onrust willen verminderen, moeten we kiezen voor een overheid die de echte oorzaak van die onrust aanpakt. Onze huidige samenleving is niet rechtvaardig. Het systeem bevoordeelt de mensen die al veel hebben en degenen die zich inzetten voor anderen worden daar onvoldoende voor beloond.

We moeten kritisch kijken naar hoe welvaart verdeeld wordt en ook naar hoe welvaart tot stand komt. We moeten ons afvragen of de denkbeelden die we normaal zijn gaan vinden, wel zo normaal zijn. Is het normaal dat cognitief sterke mensen meer verdienen? Is het normaal dat we succes zien als een individueel gegeven? En is het normaal dat we een overheid hebben die het belang van een rijke minderheid steeds stelt boven het algemeen belang? Een Amsterdamse wethouder zei ooit dat we nooit normaal moeten gaan vinden wat niet normaal is.

In dit essay heb ik willen laten zien dat veel van wat we vandaag de dag als een gegeven accepteren, niet normaal is. Dat het wijzen naar een vernieuwing van het sociaal contract afleidt van de echt belangrijke vragen die we onszelf moeten stellen. Vragen die ons zullen doen inzien dat het sociaal contract zelf niet hoeft te veranderen, maar wel de manier waarop dit contract wordt uitgevoerd en nageleefd.

  1. Een sociaal contract is geen neutraal begrip.
  2. Het is de basis van hoe de samenleving wordt ingericht en dat is altijd politiek.
  3. De uitvoering van het sociaal contract is daarmee een politieke keuze.
  4. Omdat voor mij het sociaal contract in de kern gaat over het algemene belang laten prevaleren boven het individuele, zie ik dit contract als verbonden met klassiek sociaal-democratisch beleid.

Alleen in een sociaal-democratie is de overheid sterk genoeg om echte bescherming te bieden aan burgers, alleen in een sociaal-democratie staat het publieke boven het individuele. Een nieuw sociaal contract is daarom een valse belofte. De werkelijke belofte moet gaan over bescherming.